In zeven sloten: Een zondag langs de Vecht
"In Zeven Sloten". Onder die naam deed een team van U-Track op 28
augustus mee aan een jaarlijkse estafetteloop langs de Vecht. De naam
verwees niet alleen naar het vele water waar we langs moesten, maar ook
naar het evenement zelf: De Slot tot Slotloop.
Het slot waar de loop begon was het Slot Zuylen, waar we 's morgen eerst als vorsten koffie konden drinken met uitzicht op de muren van het kasteel, de slotgracht en de ophaalbrug. Het andere slot bevond zich aan het einde van de Vecht, in Muiden. Goed geraden: het Muiderslot. Anders dan de naam doet vermoeden was dit niet het eindpunt van de race, maar het keerpunt. We werden daar dus door het winkelende, keuvelende en terrasje pikkende publiek niet als helden binnengehaald en naar een finishdoek gejuicht, maar slechts een minuutje verveeld aangestaard voordat we alweer lopend en fietsend de terugreis hadden ingezet naar Utrecht.
Zo werkt de Slotloop
Lopend en fietsend. Want de formule van de Slot tot Slotloop is, dat een team steeds één persoon laat lopen en de overigen (maximaal zeven) meefietsen. Waar, wanneer en hoe vaak je wisselt, bepaal je zelf. Er zijn teams die het totale traject van ongeveer 80 kilometer verdelen in 8 etappes van 10km, zodat iedereen één keer aan de beurt komt voor een behoorlijk lange tijd. Eén team – de jeugd van een Bussumse atletiekvereniging – koos voor een andere taktiek: elke 500 meter wisselen. Daarmee werd de wedstrijd een veredelde intervaltraining. Wij kozen voor een middenweg: etappes van ongeveer 3 kilometer, en op de terugweg wat korter, anderhalf tot twee. Veel etappes gingen van brug naar brug. De route passeert namelijk een hele reeks ophaalbruggen, en het reglement van de Slotloop houdt daar rekening mee. Je mag namelijk iemand op de fiets vooruit sturen tot voorbij de eerstvolgende ophaalbrug. Als je dan de pech hebt dat die brug net openstaat als je loper er overheen moet, dan mag de ploegmaat aan de overkant verder lopen. Je doet dan dus net alsof je wisselstokje over het water is gegooid. En inderdaad: Anne kwam voor een geopende brug te staan, maar gelukkig was José vooruitgesneld en kon Anne's etappe voortzetten.
Het team In Zeven Sloten
Daarmee komen we op de lopers/fietsers. Acht U-Trackers. In volgorde van de etappes: Anne Weijers, toch vooral een lange afstandsbeest die niet terugdeinst voor 30 kilometer, maar moest wennen aan snelle kippe-eindjes van 2 tot 3 kilometer. José van Dam, ervaren rot, zowel in het lopen als in al fietsend de loper uit de wind houden. Kees Uiterwijk die door een paar jaar trainen bij U-Track steeds sneller is gaan lopen. Captain Leonie van Roekel, eigenlijk nooit ontbrekend bij dit soort gelegenheden. Met haar lange passen haalde ze een tempo van rond de 15 km/u. Nico Landman was uiteraard als regelneef in de weer met snelheidsmeters, plattegronden en de routebeschrijving. Mirjam van Leeuwen is meer iemand van de kortere afstanden en zag dus op tegen de lange stukken. In de Slotloop ontpopte ze zich tot kilometervreter en volgend jaar loopt ze de 80 km alleen. Willemijn Punt, nog maar kort bij de vereniging, waagde zich voor het eerst aan zo'n wedstrijdje en deed dat met verve. Onder de lange honkbalpet stoof ze er bij elke etappe weer vandoor. En Lars van Westerlaak, onze New York-veteraan, een echte diesel die niet opkijkt van een paar kilometertjes meer. De grote afwezige was toch wel Wilbert, die het team had aangemeld en vervolgens zelf niet bleek te kunnen.
Station Weesp-Blaauwbroek
De route slingerde met de Vecht langs Maarssen, Breukelen, Loenen,
Vreeland, Nigtevecht, Weesp, en Muiden. In Weesp bleek maar weer eens
dat U-Track in de wijde omtrek van Utrecht zijn supporters heeft. Want
twee van de inboorlingen hadden speciaal voor onze helden sportdrank en
een pruimentaart bereid en stonden daarmee langs de route. Veel tijd
om daarvan te genieten was er niet, want Mirjam was al doorgerend
en de fietsers konden niet te lang achterblijven. Toch moet deze
hap-schrok-weg-taart op de halte Blaauwbroek extra energie hebben gegeven,
want in de kilometers daarna wonnen we tien minuten op ons schema. Dat
schema zou ons in precies zes uur in Utrecht hebben teruggebracht. Dat
werd dus 5 uur en 50 minuten, goed voor een verdienstelijke vierde plaats.